Kaarten lezen en schaal
Een kaart is een verkleinde tekening van de werkelijkheid. De schaal zegt hoeveel keer kleiner, zodat je echte afstanden kunt uitrekenen.
Je kunt hier meteen beginnen: je hebt geen voorkennis nodig.
Waarom
Op het stadsplan van je gemeente liggen je huis en de school maar een paar centimeter uit elkaar. Hoe ver moet je echt fietsen?
Een kaart past op een blad papier of op je scherm, de echte straat niet. Alles op de kaart is dus even veel keer kleiner gemaakt.
Als je weet hoeveel keer kleiner, kun je elke afstand op de kaart terugrekenen naar de echte afstand. Dat getal staat op elke goede kaart: de schaal.
Zie het
Schuif de schaal en kijk hoe dezelfde wijk groter of kleiner op de kaart komt. De afstand tussen het huis en de school in het echt blijft gelijk, alleen de kaart verandert.
Beschrijving van het beeld
Een getekend stadsplan met een huis, een school, een park en een rivier. Bij schaal 1:
Snap het
Een schaal zoals 1:
Hoe groter het getal na 1:
Veel kaarten hebben ook een schaalstok: een streepje met de echte afstand erbij. Die blijft kloppen als je de kaart groter of kleiner afdrukt, de schaal als getal niet.
Een kaart heeft altijd een titel, een legende die de tekens uitlegt, een schaal en een pijl naar het noorden. Zonder legende weet je niet wat een blauwe lijn of een zwart vierkantje betekent.
Echte afstand =
Uitgewerkt voorbeeld
Op een wandelkaart met schaal 1:
Vermenigvuldig de kaartafstand met het schaalgetal.
6×
25 000= 150 000 Dat zijn 150 000 cm. Deel door 100 000 om kilometer te krijgen.
150 000:
100 000= 1,5 Controle: 4 cm is 1 km op deze kaart, dus 6 cm is iets meer dan 1 km. Dat klopt.
- Antwoord
De kerk en de molen liggen 1,5 km uit elkaar.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Valkuilen
Fout: Een kaart op 1:
100 000 is een kaart op grote schaal, want het getal is groot. Het gaat om de breuk 1 op 100 000: dat is een heel kleine verhouding. Alles is sterk verkleind.
Juist: 1:
100 000 is een kleine schaal met weinig detail. 1: 10 000 is een grote schaal met veel detail. Fout: 3 cm op een kaart van 1:
50 000 is 150 000 m. Het schaalgetal geldt in dezelfde eenheid als je meting. Je meet in centimeter, dus de uitkomst is ook in centimeter.
Juist: 3×
50 000= 150 000 cm, en dat is 1 500 m of 1,5 km. Fout: Je vergroot een kaart op de kopieermachine, de schaal blijft gelijk.
Na het vergroten is 1 cm op het papier minder echte afstand dan eerst. Het schaalgetal klopt niet meer.
Juist: Gebruik de schaalstok: die wordt mee vergroot en blijft dus juist.
In het echt
- Op de fietsknooppuntenkaart van je provincie plan je een tocht en schat je met de schaal hoeveel kilometer het wordt.
- Een stadsplan aan het station toont waar je bent, met een rode stip en een schaalstok eronder.
- Bij een jeugdbeweging lees je op een wandelkaart van de Ardennen hoe ver het nog is tot de kampplaats.
- Op een kaart-app op je gsm verandert de schaalstok als je in- of uitzoomt.
Geschiedenis
Gerardus Mercator werd in 1512 geboren in Rupelmonde, aan de Schelde. Hij maakte kaarten en globes, en in 1569 een beroemde wereldkaart. Het woord atlas voor een boek vol kaarten danken we aan hem.
Aan tafel
Neem samen een kaart of een kaart-app en zoek je huis en de school. Schat eerst hoe ver het is, reken het dan uit met de schaal. Wie zat het dichtst bij?
Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.